Het stuk over het druilerige Ierse plattelandsleven combineert zwartgallige humor met komisch realisme. Centraal staat de verbitterde relatie tussen de bejaarde Meg Folan en haar inwonende veertigjarige dochter Maureen. Maureen ziet geen mogelijkheid om te ontsnappen aan haar ziekelijke en manipulatieve moeder. Tot er een man in haar leven komt, Pato Folan. Ze waagt een poging om haar ellendige leven een wending te geven. Maar Meg weet dat effectief te frustreren.
Copyright Roy BeuskerHet stuk van Martin McDonagh uit 1996 heeft grote successen geboekt in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten en heeft meerdere prijzen gewonnen. In deze Nederlandse versie komt het niet verder dan dorpstoneel. Plaats van handeling is het interieur van de armetierige woning van Maureen en Meg. Vreemd genoeg heeft die nog het meeste weg van het huis van de familie Flintstone. Het is een grotwoning met op een uitstekend stuk rots een keukenblad met een kastje erboven. Een ladder leidt naar een gat in de bergwand waar zich een ander vertrek bevindt. In het midden van de ruimte staat een potkachel met een oranje lichtje erin om vuur te suggereren. Uit de schoorsteen kringelt rook. Of dit een adequate weergave is van een arbeiderswoning in het Ierland omstreeks 1990 is de vraag.
Flappende tong
Het probleem van de voorstelling is dat het conflict tussen Maureen en Meg nooit invoelbaar wordt. Nelly Frijda als Meg is een oude zeur, die maar blijft zeveren over de klonten in haar Ovomaltine (een voedingsdrank op basis van poeder) en klaagt dat Maureen haar havermoutpap niet goed roert en nooit de koekjes koopt die ze lekker vindt. Ze spuit constant verwijten naar haar dochter, alleen als ze iets van haar wil zet ze een temerig stemmetje op. Het werkelijke conflict gaat natuurlijk niet over de klonten in de pap. Die kleine verwijten over dagelijkse beslommeringen vormen het vehikel om het werkelijke drama over te brengen: moeder en dochter maken elkaars leven ondraaglijk. Bij Maureen en Meg komt dat geen moment uit de verf. Het blijft een monotoon gekissebis.
Regisseur Jos Thie laat alle acteurs de motoriek en verbaliteit hanterend die we kennen uit het Theater van de lach. Annick Boer als Maureen heeft haar stem continu een half octaaf verhoogd en uit elke zin met dezelfde verontwaardigde intonatie. Waldemar Torenstra zet een boertige Pato neer door met een kraakstem te spreken en om de drie zinnen zijn tong even uit z’n mond te laten flappen. De zinnen die ze moeten uitspreken zijn dan ook vaak wanstaltig: “Lelijk is wat je me vindt!” roept Maureen uit als Pato zegt dat ze haar kamerjas moet dichtdoen. “Engeland is waar ik was,” begint Pato een anekdote.
Pispot
Copyright Roy BeuskerWel heel nadrukkelijk wordt er zo nu en dan geprobeerd hilariteit in de zaal op te wekken. Meg leegt haar pispot in de gootsteen en zet die zonder eerst om te spoelen in het keukenkastje naast de Ovomaltine. Even later wil buurjongen Ray havermout voor haar maken en jawel: ziet de pispot als pan aan en zet hem op het vuur! De grap wordt nog uitgesponnen als hij ook nog een lepel uit de pis in de gootsteen opvist. Nuances en subtiliteiten worden in dit stuk hardnekkig vermeden. Maureen zet een pannetje frituurvet op het kookplaatje, en met een blik van: dan-moet-je-het-zelf-maar-weten wacht ze tot het heet genoeg is om het over de hand van haar moeder te gieten. Meg bekent kermend dat ze een brief van Pato heeft achtergehouden en Maureen loopt stampvoetend van verontwaardiging de grot uit. Het drama is volstrekt ongeloofwaardig. Ray stort mentaal in als hij er achter komt dat zijn swingbal (een tennisbal aan een lang elastiek) die hij al jaren kwijt is, bij Meg in het keukenkastje ligt. Als Maureen dan ook nog weigert hem de kachelpook te verkopen die hij zo mooi vindt, stort hij wanhopig ter aarde. Teun Luijkx als Ray bonkt met zijn vuisten op de rotsige bodem, maar bij het publiek gaat er hooguit even een wenkbrauw omhoog.
De samenwerking tussen De Utrechtse Spelen en V&V Entertainment blijkt een verlies-verlies situatie op te leveren. Deze voorstelling heeft niets artistieks en levert bijzonder weinig vermaak. Als ‘The Beauty Queen of Leenane’ een voorbode is van wat we van De Utrechtse Spelen kunnen verwachten, voorspelt dat weinig goeds.