Aan de Amstel worden de laatste resten van de spectaculaire opening van de Hermitage opgeruimd. Elders in de stad begint de laatste week van het prestigieuze Holland Festival. Maar in Amsterdam is nog meer te doen. In de binnenstad vindt tot 27 juni het International Theatre School (ITs) Festival plaats.
In de twintig jaar dat het nu bestaat is het International Theatre School (ITs) Festival uitgegroeid tot het grootste Europese festival in zijn soort. Het is dan ook dé plek voor theaterliefhebbers om de volgende lichting generatiemakers te kunnen zien.
Menig acteur of actrice is op ITs zijn carrière begonnen. Onder meer Carice van Houten, Frank Lammers, Paul de Munnik en Wende Snijders stonden hier ooit op het podium. Ook dit jaar belooft het programma veel goeds. Er staan maar liefst zeventig voorstellingen van eindexamenstudenten van binnen- en buitenlandse theateropleidingen op het programma. In totaal geven ruim tweehonderd beginnende dansers, acteurs, choreografen, regisseurs, filmers en schrijvers hier acte de présence.
22 juni, ‘s middags
Dat er op ITs een energieke sfeer hangt hoeft geen betoog. De theaters waar de opvoeringen plaatsvinden zijn omgetoverd tot ontmoetingsplekken voor de jonge honden uit het cultureel veld. Enthousiast en soms ietwat zenuwachtig bewegen zij zich door de ruimtes heen. De theaterdirecteuren, casting directors, critici en familieleden van de studenten vormen het oudere deel van het publiek. Door hun meer ingetogen kleding en rustiger mimiek pik je hen er zo uit. Karakteriserend voor het festival is eveneens de onbesuisdheid. Wie een voorstelling op ITs bezoekt, hoeft niet te verwachten dat alles strak georganiseerd is of op tijd begint. Beter van niet zelfs, dat leidt alleen maar tot frustratie. En zeg nu zelf: het is toch best gezellig om in de pauze van een voorstelling met zijn allen rond het Senseo-apparaat te staan, waar iedereen gratis koffie uit mag halen.
Wil je alsjeblieft stil zijn, alsjeblieft [Hogeschool voor de Kunsten Utrecht]
Copyright Sigrid.C.Degener
Aan de opgewonden sfeer in de zaal kun je merken dat het publiek zin heeft in de voorstelling. Draaiend op hun stoel wachten zij gespannen tot de opvoering van de vierdejaarsstudenten theater van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht begint. Het scenario belooft dan ook veel goeds. ‘Wil je alsjeblieft stil zijn, alsjeblieft’ is gebaseerd op een kort verhaal van Raymond Carver, één van de grootste Amerikaanse fictieschrijvers van de laatste vijftig jaar. Het stuk zelf biedt een kijkje in het leven van acht mensen in de jaren ’50 van de vorige eeuw. In eerste instantie lijken de kleine tragedies in hun leven centraal te staan. Pas na een tijdje wordt duidelijk dat het juist om hun vastgelopen relaties gaat. Zo is daar het verhaal van Ralph en Marian, twee getrouwde mensen die een ogenschijnlijk gelukkig leven als leraar leiden. Ralph raakt echter geobsedeerd door het idee dat zijn vrouw is vreemdgegaan, waardoor hun relatie uiteindelijk stuk loopt.
‘Wil je alsjeblieft stil zijn, alsjeblieft’ moet het hebben van zijn vaardige dialogen. Omdat de acteurs geen microfoons dragen, zijn deze echter moeilijk te verstaan. Ook de slechte articulatie van sommige spelers is hier debet aan. De radio die in de eerste helft van de voorstelling hinderlijk op de achtergrond speelt, maakt de chaos compleet. Daar komt bij dat het spel van sommige acteurs nog al te wensen over laat. Joost Gimbel lepelt zijn teksten bijvoorbeeld regelmatig gewoon op, zonder daarbij enige vorm van expressie te gebruiken.
Toch zijn er ook lichtpuntjes in het stuk. Wynn Heliczer, die de rol van Marian vertolkt, speelt haar personage meer dan overtuigend. Als geen ander weet zij het soms manische gedrag van haar karakter te verbeelden, de onzekerheid die zij voelt en haar wanhopige verlangen naar een passievol bestaan. Kim Berkenhagen laat daarnaast zien dat een lange monoloog helemaal niet vervelend hoeft te zijn, mits zij goed wordt gebracht. Dit is echter te weinig om van ‘Wil je alsjeblieft stil zijn, alsjeblieft’ een aantrekkelijk stuk te maken. Wanneer een en ander dan ook nog eens drie kwartier langer duurt dan gepland, ben je blij als de voorstelling is afgelopen.
22 juni, ‘s avonds
Vol goede moed gaan we diezelfde avond weer op pad. De sfeer van het Its Festival is in de afgelopen uren alleen maar beter geworden. Het hele gebied rond de Nes is nu één brok bruisende energie. Studenten verplaatsen zich vrolijk tussen de verschillende theaters, bezoekers drinken op de aanpalende terrasjes een glaasje wijn in de zon, terwijl theatermedewerkers driftig rondrennen om de laatste voorbereidingen te treffen.
Krank [Rik Verheye]
Al even dynamisch is ‘Krank’, een cabareteske rock-’n-roll-monoloog gebracht door Rick Verheye. Deze 22-jarige Vlaming is vierdejaarsstudent drama aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen. Zijn voorstelling dingt mee naar de Its Fringe Award, de publieksprijs voor de meest indrukwekkende opvoering tijdens het festival. Als deelnemer aan deze wedstrijd is Verheye in zijn eentje verantwoordelijk voor de totstandkoming van ‘Krank’. Dat is een hele prestatie, zeker op zo’n jonge leeftijd. Toch had hij er wellicht goed aan gedaan om hulp van buiten in te roepen, zodat het stuk iets meer ‘body’ had gekregen.
Copyright Alexander van der Linden
'Krank’ gaat over een jongen die genoeg heeft van de hypocriete wereld om hem heen. Daarom heeft hij zichzelf tot General von Shit benoemd, wiens missie het is om alles wat het leven hem heeft gebracht er uit te schijten, zowel letterlijk als figuurlijk. Om dit te visualiseren zit Verheye op een witte toiletpot, het enige decorstuk op een verder leeg podium, of staat hij oog in oog met het publiek om hen zijn gruwelijke anekdotes te kunnen vertellen. Het moet gezegd worden: Verheye is een meester in het brengen van verhalen. Moeiteloos weet hij zijn stem van hard naar zacht te laten gaan, en van ingetogen naar explosief. Volgens hetzelfde schema lopen de verhalen die hij vertelt. Wat begint als een vertederend familieverhaal, eindigt doorgaans in het spuwen van de meest afgrijselijke details, die eerst nog een besmuikte lach oproepen, maar je uiteindelijk het liefst onder je stoel willen doen kruipen.
Dat is ook precies waar het misgaat. Met ‘Krank’ wil de acteur vermoedelijk humor brengen die vergelijkbaar is met die van Hans Teeuwen of Theo Maassen. Daarin faalt hij echter jammerlijk. Waar de andere twee cabaretiers op het randje van het toelaatbare balanceren, gaat de Vlaming telkens net iets te ver. Hierdoor raakt hij al snel de sympathie van het publiek kwijt. Dat is jammer, want in zijn opvoering laat Verheye zien dat hij wel over een groot acteertalent beschikt. Het verhaal van ‘Krank’ is echter te plat om dat tot zijn recht te laten komen. Deze voorstelling is daarom alleen geschikt voor liefhebbers van poep-en-pies-grappen.